|
Hoe wordt schizofrenie vastgesteld?
Als we de opsomming van al de verschillende symptomen die zich bij schizofrenie kunnen voordoen in gedachten nemen, en daarbij bedenken dat de ziekte een wisselend verloop heeft, kunnen we ons voorstellen dat het moeilijk is om uit te maken of iemand nu wel of niet aan schizofrenie lijdt. Over de vraag wanneer je kunt zeggen dat iemand aan schizofrenie lijdt, is binnen de psychiatrie dan ook veel gediscussieerd. Over het algemeen is men het er nu over eens dat aan de onderstaande voorwaarden moet zijn voldaan om de diagnose schizofrenie te stellen:
A. De patiënt heeft een maand lang gedurende een groot deel van de tijd ten minste twee van de volgende symptomen:
- wanen;
- hallucinaties;
- verward spreken;
- katatoon gedrag (te veel of te weinig bewegen);
- negatieve symptomen, zoals initiatiefverlies, vermijden van contacten en verminderde intensiteit van gevoelens.
B. Sociaal functioneren: een groot deel van de tijd, sinds het begin van de stoornis, is het functioneren op gebieden als het werk, sociale contacten en zelfverzorging aanzienlijk beneden het hoogste niveau dat bestond vóórdat de stoornis begon.
C. Duur: de verschijnselen moeten minstens zes maanden achter elkaar bestaan. In die tijd moeten de symptomen gedurende ten minste één maand voldoen aan criterium A.
D. Tijdens de psychotische fase zijn er geen, of hoogstens kortdurende, depressieve of manische perioden.
E. De stoornis is niet het gevolg van middelengebruik of van een andere aandoening. Belangrijk is het onderscheid tussen de zogenaamde "positieve" en "negatieve" symptomen. De eerste groep bestaat onder andere uit de wanen en de hallucinaties. De tweede groep, die met de negatieve symptomen, valt op door het ontbreken van gedragingen die er normaal wel zijn. Het gaat vaak om verschijnselen als initiatiefverlies, gebrek aan interesse en betrokkenheid en innerlijke leegte. De negatieve symptomen komen vaak pas na een tijdje, als de stoornis chronisch wordt en ze komen dan in plaats van de positieve. Overigens komen positieve en negatieve symptomen ook in allerlei wisselende combinaties en sterktes voor.
De bovenstaande criteria zijn ontleend aan een veelgebruikt Amerikaans classificatiesysteem. Hierin worden ook nog andere typen onderscheiden naar verschijningsvorm, duur en beloop. In essentie verschillen ze echter niet.
|