|
Inleiding
Schizofrenie is een ernstige psychiatrische ziekte, die zich meestal tussen het 15de en 30ste levensjaar voor het eerst openbaart. Het is dus een aandoening die vooral jonge mensen treft. Van elke honderd personen zal de ziekte zich bij gemiddeld één ontwikkelen. Dat wil zeggen dat er in Nederland ongeveer 160.000 mensen aan schizofrenie lijden.
Het woord schizofrenie betekent letterlijk "gespleten geest". Deze vertaling heeft tot nogal wat misverstanden rond schizofrenie geleid. Mensen die aan de ziekte lijden, hebben immers géén gespleten geest of hersenen die gespleten zouden functioneren. Ook is inmiddels bekend dat deze mensen géén gespleten persoonlijkheid hebben; ze bestaan niet uit meerdere, verschillende personen.
Wat is schizofrenie dan wel? Schizofrenie is een ziekte van de hersenen, waarbij het denken, het gevoelsleven en het gedrag van de persoon ernstig verstoord zijn geraakt.
Schizofrenie wordt gekenmerkt door perioden met psychotische verschijnselen: abnormale ideeën en veranderingen in waarneming, gedrag en gedachten treden op, waardoor het moeilijk is om te begrijpen hoe de persoon zich voelt. In zulke perioden worden waarneming en opvatting niet meer getoetst aan de werkelijkheid.
Kenmerkend voor schizofrenie is dat er, naast de indrukwekkende en vaak zeer beangstigende psychotische fase, sprake is van een achteruitgang van het psychische functioneren. Dat wil niet zeggen dat de intelligentie achteruit gaat, maar dat er een achteruitgang optreedt van wat men wel het "sociale functioneren" noemt. Dit kan betekenen dat de persoon gevoeliger wordt voor stress, zich minder goed kan concentreren dan voorheen en moeite heeft met het leggen van contacten. Bovendien is er vaak een achteruitgang te zien in de school-, studie- of werkprestaties. Tenslotte kan ernstige zelfverwaarlozing optreden.
|