|
Checklist signalen
Onderstaande lijst kunt u uitprinten en bijvoorbeeld in uw agenda bewaren, of ergens waar u hem af en toe tegenkomt. U kunt er zo nu en dan (heus niet iedere dag) naar kijken, om voor u zelf vast te stellen hoe het met u gaat, of het goed gaat of eigenlijk wat minder. Zo kunt u beoordelen of u tijdelijk meer hulp nodig heeft van uw naasten en uw behandelaar. U kunt de lijst dan meenemen op een volgend gesprek, zodat u een eventuele terugval eerder kunt signaleren en onderdrukken.
Eerste signalen:
| - |
meer moeite met concentreren; |
| - |
meer moeite met slapen en in slaap komen; |
| - |
meer moeite met opstaan, uit bed komen; |
| - |
meer spanning voelen; |
| - |
een duidelijke verandering in mate van activiteit: of juist meer of juist minder; |
| - |
meer gevoel van achterdocht; |
| - |
meer het gevoel krijgen dat er (steeds) over u gepraat wordt door anderen. | Dringende signalen: nu moet u actie ondernemen!
| - |
u heeft het gevoel dat het fantastisch met u gaat en dat u absoluut geen medicijnen meer nodig heeft; |
| - |
of een stem zegt u dat dit niet meer nodig is; |
| - |
u voelt zich meer depressief; |
| - |
het contact met u vrienden verwatert: ze komen steeds verder van u af te staan; |
| - |
u verliest steeds meer het plezier of de interesse in activiteiten die u normaal wel blij maken/ interesseren; |
| - |
u gebruikt steeds vaker drugs; |
| - |
u gebruikt meer alcohol; |
| - |
de band met uw familie wordt steeds stroever; |
| - |
u heeft minder eetlust; |
| - |
uw uiterlijke verzorging interesseert u steeds minder; |
| - |
u vergeet meer; |
| - |
wat u zegt is steeds minder samenhangend voor anderen; |
| - |
u krijgt meer en meer gedachten om u zelf iets aan te doen; |
| - |
u wordt steeds agressiever en bozer; |
| - |
u heeft steeds vaker last van nachtmerries. | Actieplan voor als het dreigt mis te gaan
| - |
Maak een lijst met nuttige telefoonnummers van: |
| |
o |
uw hoofdbehandelaar; |
| |
o |
nog andere mensen van uw behandelteam; |
| |
o |
een naast familielid of vertrouwenspersoon die u helpt of bijstaat; |
| |
o |
de GGZ-instelling waarbij u in behandeling bent; |
| |
o |
het dichtstbijzijnde ziekenhuis; |
| |
o |
de politie bij u in de buurt; |
| |
o |
uw huisarts; |
| |
o |
iemand die u naar de instelling of het ziekenhuis kan brengen (of een taxibedrijf). | Tips bij het actieplan
| - |
houd uw verzekeringspasje of polisnummer op een plek dicht bij de hand (bijvoorbeeld in uw portemonnee); |
| - |
geef aan op dit actieplan welke medicijnen u gebruikt; |
| - |
geef ook aan welke medicijnen u niet wilt krijgen, omdat u daar nare gevolgen van ondervindt; |
| - |
geef aan waar u, als er plaats is, graag opgenomen wilt worden (waar u bijvoorbeeld al eerder bent opgenomen); |
| - |
maak van deze lijst voor het actieplan een kopie in uw portemonnee en stop hem op een zichtbare plaats; |
| - |
geef aan wie er bij een opname moeten worden ingelicht (wie zorgt er voor de kat planten, etc.). Schrijf dit nummer op als u dat heeft. |
|